Regie op fit zijn

Als mensen mij vragen hoe vaak ik hardloop dan geef ik meestal als antwoord: “Minimaal 3 en liefst 4 keer per week”. Vaak is er dan een reactie van bewondering. Mensen vinden het knap dat ik -in hun ogen- zo vaak loop. Altijd leuk om zo’n blijk van waardering te ontvangen.

Tegelijkertijd voel ik dan dat er iets knaagt. Ik zie het namelijk niet als een talent of prestatie maar veel meer als iets dat ik echt nodig heb om me goed te voelen en als iets dat iedereen kan (mag natuurlijk ook een andere sport zijn dan hardlopen). Bovendien, het lukt mij ook alleen om dit te doen als ik zorg voor de goede bedding: wekelijks afspreken met verschillende loopmaatjes, vaste hardloop-momenten in de week plannen, deelnemen aan een intervaltraining onder begeleiding van een trainer, actief zijn op Strava en regelmatig een uitdagend doel stellen zoals een halve marathon of een trailrun met hoogtemeters. Als ik deze randvoorwaarden niet creëer, dan kom ik maar moeilijk in beweging en geef ik veel sneller toe aan gevoelens van vermoeidheid of geen zin hebben.

Als ik dit laatste tegen mensen zeg dan kijken ze me aan vol ongeloof. En het is echt zo. Ik houd van rennen en ik houd ervan om dat samen met anderen te doen. Toch ervaar ook ik vaak een drempel. De drempel overgaan van lekker thuis zijn naar hardlopen vraagt bij mij om de juiste randvoorwaarden. En ik merk steeds meer dat ik daarin niet de enige ben.

In de begeleiding van mensen bij het (her)nemen van regie op hun eigen vitaliteit komt dit onderwerp regelmatig aan bod. De meeste mensen willen wel bewegen maar doen het niet. Excuses zijn vaak “geen tijd” en/of “geen energie”. Als ze het zich hebben voorgenomen en weer niet hebben gedaan, gaan ze zichzelf vaak veroordelen en/of goedpraten. Steeds weer. Als ze wel zijn gegaan dan merken ze hoe goed het hen doet en dat de vermoeidheid die ze eerst voelden als sneeuw voor de zon is verdwenen. Op de één of andere manier vinden ze het vaak lastig om zelf te ontdekken wat ze nodig hebben om in beweging te komen. Om zichzelf te helpen over de drempel heen te stappen. Samen met de coachee kijk ik naar zijn/haar beweegredenen (letterlijk), naar belemmeringen en naar ondersteunende condities om daadwerkelijk in beweging te komen. Soms zit het op het vlak van belemmerende overtuigingen en soms op het gebied van praktische (on)mogelijkheden. Of een combinatie hiervan.

En als we dan kijken naar wat wèl werkt en de deelnemer past het toe in de praktijk, dan is het resultaat direct voelbaar. Hoeveel mensen ik al heb begeleid die mede door (weer) te gaan bewegen zich direct stukken beter voelden, ik kan ze (gelukkig!) niet meer tellen.
Interessant hoe zo’n ogenschijnlijk eenvoudige interventie soms zo lastig duurzaam te integreren is in het dagelijks leven. Nog boeiender dat als het dan wel lukt, dat het mes aan twee kanten snijdt: het is positief voor jezelf want het is fijn om je fitter te voelen. Daarnaast draagt het bij aan je inzetbaarheid voor werk, ook op de langere termijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *